’t is alweer zo’n maand geleden dat ik weer een verhaal erop gezet heb (zei toch dat ik laks was) dus het wordt weer eens tijd voor een nieuwe. De afgelopen maand heb ik twee tripjes naar het binnenland gemaakt, dus in deze aflevering een korte samenvatting van die twee avonturen.
Het eerste tripje werd georganiseerd door Jannis, een stagiair op het internaat waar ik ook stageloop. Hij organiseerde het tripje als een soort van afscheid omdat hij een paar dagen later weer terug naar Nederland zou gaan. Met negen personen gingen we vrijdags op pad (Bert en Ronald waren niet mee). Met een busje hobbelden we over een geweldig comfortabele bauxietweg en we waren wel 10 minuten onderweg toen opeens met een knal de verbinding tussen het busje en het rechter achterruitje het begaf. Omdat de weg eigenlijk één grote gatenkaas was, klepperde het ruitje vervaarlijk tegen het busje aan, met het gevaar dat het ruitje wel heel erg ontzettend kapot zou kunnen gaan. Gelukkig waren een aantal van ons (mannen dus, vrouwen kunnen dat niet) zo vindingrijk om het ruitje middels pleisters, watten, een stukje hout en een touwtje vast te zetten zodat het ruitje het de hele rit heel is gebleven. Is anders ook zo zonde van de borg natuurlijk, het was namelijk een gehuurd busje.
Het eindpunt van de rit was een pittoresk plekje aan de Surinamerivier in Brokopondo. Er stonden hutjes aan de rivier om je hangmat aan op te hangen om zodoende de nacht door te brengen. We kwamen daar in het donker aan dus het eerste wat we deden was hout bij elkaar zoeken voor een kampvuur. Helaas had het net iets geregend dus het hout was niet helemaal droog, maar met wat bloed, zweet en spiritus kregen we het kampvuur toch lekker aan de gang. Er was eten en drank meegenomen dus we hebben ons die nacht prima vermaakt en het was al laat eer ik de hangmat heb opgezocht om in diepe slaap te verzinken………
De volgende ochtend heb ik een frisse duik genomen in het heldere water van de Surinamerivier. Ik dobberde lekker met de stroming mee en dacht, wat heb ik het toch enorm zwaar hier.. Mooi weer, helder water en.. hey, wat voel ik daar aan mijn been? Denkend aan de piranha’s die ook hier in het water leefden zwom ik toch maar snel naar de kant. Ik was die dag namelijk net ongesteld geworden en ik wilde het risico niet nemen dat een grote school piranha’s mijn menstruatiebloed zouden ruiken en mij binnen 30 seconden zouden veranderen in een bijzonder mager skeletje.
Nadat we hadden ontbeten ruimden we onze hangmatten op en gingen er weer van tussen. Die dag reden we naar Powaka, een indianendorp waar Jannis was uitgenodigd voor een verjaardagsfeest van iemand die 70 jaar was geworden. Hij mocht mensen meenemen, dus wij waren ook welkom. Via de stuwdam (mooi om te zien, water) reden we naar Powaka waar we na een twee- a drietal uren aankwamen. Het duurde even voordat de inwoners van het plaatsje begrepen waar wij voor kwamen, ze spraken daar volgens mij een taal dat was afgeleid van het Fries ofzo, maar we waren welkom.
We konden onze hangmat ophangen onder een afdak van een polikliniek waar we ons ook konden douchen en naar het toilet konden gaan. Het toilet was een heuse Sfinx, dus ik verwachtte wel stromend water. Helaas… ik had weer een emmer water nodig om mijn verse keutel mee weg te spoelen. En nog één…grote jongen..
Nadat ik mijn darmen had geledigd en mijzelf had opgefrist met een (andere!) emmer water gingen we naar het feestje. Feestje? Het hele dorp was uitgelopen! Er stonden een paar honderd mensen bier en rum te drinken en er klonk muziek uit speakers die ik nog kende van de botsauto’s op de kermis.. een hoop kabaal dus. Op een gegeven moment sprak ik met een (enorm dronken en uit z’n bek stinkende) kerel die alle mooie meisjes van het dorp kende en er wel een paar (!) voor mij kon regelen. Ik bedankte voor de eer en besloot toen maar even een boompje van wat water te voorzien om van die bazelende kerel af te komen. Helaas liep hij me achterna en begon nog wat onverstaanbaars tegen me te zeuren. Hier had ik niet veel zin in en mede doordat ik nog moe was van de vorige avond en omdat de muziek mij echt de strot uitkwam, besloot ik (en nog drie van mijn reisgenoten) om voortijdig de hangmat maar op te zoeken.
De volgende dag vertrokken we vroeg weer naar Paramaribo en via Roopram (een soort McDonalds, maar dan met Roti) werd ik weer afgezet bij mij eigen stulpje in Paramaribo.
De tweede trip geschiedde 2 weken later op een zondag. Deze keer was het eindpunt Tonka Eiland. Een eilandje in het Stuwmeer. Dit stuwmeer is in de jaren 50/60 ontstaan door het plaatsten van een dam tussen 2 heuvels in de Surinamerivier. Deze dam was nodig voor het opwekken van energie, want er was door het groeien van Paramaribo steeds meer vraag naar.
Tot zover een stukje totaal oninteressante geschiedenis van de stuwdam.
Tonka Eiland dus. Deze trip (Ronald en Bert mochten nu wel mee) ondernamen we samen met de meiden waarmee we al vaker tripjes gemaakt hadden. We vertrokken extreem vroeg.. 8 uur! In de Ochtend!! Nadat ik in de bus was bijgekomen van dit achterlijk vroege tijdstip had ik er toch wel zin in. De reisleider/gids scheen wel een lekker ding te zijn want toen hij de bus instapte hoorde ik van alle kanten “ooohw wat een lekker ding” en “wat een mooie ogen!”… Kots! Ik was al bang dat ik dat de hele weg moest gaan aanhoren, maar dat viel gelukkig nog wel mee.
Dus. De reis ging over dezelfde weg als die van naar Brokopondo/Powaka, dus we hebben weer lekker zitten stuiteren. Als klein(er) kind had ik nogal last van wagenziekte, gelukkig ben ik daar nu wel vanaf, anders had ik zeer waarschijnlijk iedereen met een zurige substantie ondergesproeid.
Anyway, de busreis duurde zo’n drie uurtjes en aan het einde van de rit kwamen we bij de stuwdam uit. Daar wachtte een bootje op ons (okay, de schipper van het bootje dan, wijsneus) die ons verder naar Tonka zou varen. Onderweg zagen we veel kale boomstammen die uit het water naar boven staken. Dat was op zich een best apart gezicht. Ook wel raar dat je dan eigenlijk boven een bos vaart waarvan je alleen de hoogste bomen kunt zien. (De rest ligt namelijk onder water na het plaatsten van de stuwdam, voor het geval je niet zover nadacht).
Een Surinaams half uurtje (drie kwartier dus) later kwamen bij het eiland aan. Daar stond een huisje voor ons klaar met stapelbedden (“Ik lig boven!!”), dus deze keer geen hangmat.
Nadat we onze spullen gedropt hadden en ik me had omgekleed gingen we ons een beetje vermaken met het maken van foto’s van de omgeving. Het helder blauwe water en parelwitte zandstrand (grijs water, kiezelstrand) nodigde namelijk enorm uit om voor eeuwig vastgelegd te worden. (lees: er was eigenlijk weinig anders te doen..).
Er was iemand van de groep jarig die dag, dus hadden we ’s avonds een feestje met muziekjes. Dat was rond zo’n één uur ’s nachts al afgelopen dus zijn we redelijk vroeg ons nest ingedoken.
De volgende dag gingen we vissen op het stuwmeer in een bootje. Dat was wel lachen, want ik had natuurlijk binnen 2 seconden beet J. We visten op piranha’s maar helaas hebben wij die niet gevangen. Wel andere vissen die best groot waren (zo’n 30-40 cm lang). Ik heb twee van die vissen gevangen en daarna wilden ze niet meer bijten dus gingen we weer terug naar de wal. Een paar uur later vertrokken we (natuurlijk via de McDonalds) weer huiswaarts zonder noemenswaardige incidenten of gebeurtenissen.
Misschien hebben jullie geluk dat ik nog een verhaal op de weblog plaats voordat ik weer terug ben, maar dat blijft nog een verassing. Ik sta op 14 juli rond 9 uur weer op Nederlandse bodem. Dat jullie dat weten. Bel trouwens naar schiphol voor de maximaal toegestane afmeting van spandoeken, dan staan jullie ook niet voor verassingen op de luchthaven.